top of page
  • Anne-Marie Vangeenberghe

Boerkozen, stadslandbouwers avant la lettre

Boerkozen, ook wel perkuzen genoemd, waren landbouwers die ten westen van Brussel aan kleinschalige, gemengde tuinbouw deden. Ze zijn zo typisch voor het Pajottenland en de Zennevallei dat ze erkend zijn al immaterieel erfgoed.


Men noemt het Pajottenland ook wel eens de moestuin van Brussel omdat de boerkozen er kleine percelen, ook wel perken genoemd, bewerkten waarop vooral heel wat soorten fruit (meloen, aardbei, …), groenten (radijs, sla, wortelen, kool, …) en kruiden (dille, …) geteeld werden. Dat gebeurde zowel in open lucht als onder glas. De Brusselse klant hielp die investering dragen.


Want wat Boerkozen ook kenmerkte was dat ze hun producten afzetten op de Brusselse vroegmarkt, de plaats waar boeren en afnemers elkaar vanaf de vroege ochtenduren ontmoetten. Ook op de Brusselse Grote Markt en op de markt aan de Sint-Gorikshallen boden de boerkozen hun producten aan. De boerkoos bracht zijn producten zelf naar de hoofdstad en maakte daarbij gebruik van paard en kar, een hondenkar, de (paarden)tram of later vrachtwagens.

Boerkoos, einde van de 19e eeuw, Dilbeek (bron: Zender)

De teloorgang van de boerkozen

De oorlogsjaren (WOII), het Europees Landbouwbeleid dat bij aanvang inzette op efficiëntie en dus op monocultuur en grotere landbouwbedrijven, de globalisering met invoer van groenten en fruit uit Zuid-Europa (opkomst van de groothandel, goedkopere producten), de opkomst van andere afzetkanalen (waaronder de veiling), supermarkten, het afschaffen van de tram die personen én (landbouw)productenvervoerde en die Ninove met Brussel verbond en het groeiend aantal auto’s, dus ook groeiende files naar de hoofdstad, de aanhoudende verstedelijking die de kleine landbouwpercelen veranderde in bouwpercelen, …. Ze hebben er samen toe geleid dat vanaf de jaren 1950 dit unieke korte-keten-netwerk afbrokkelde.


De boerkozen van de 21ste eeuw

De laatste jaren zien we echter weer meer ‘boerkozen’ verschijnen. Kleine boerderijen waar een ruim aanbod aan groenten en (klein)fruit geteeld wordt en rechtstreeks aan de klant verkocht wordt. Weinig mechanisatie dus veel handenarbeid en eten wat het seizoen voorbrengt. Anders dan vroeger gaat de afzet nu niet (uitsluitend) naar buurtwinkels en horecazaken, maar veel meer naar de individuele consument die een jaarabonnement koopt en zich zo verbindt met de boer(derij). Men spreekt van community supported agriculture, beter gekend als CSA-boerderijen. Je vindt, verspreid over Vlaanderen al meer dan 70 CSA-boerderijen waarvan er ook enkele in de rand van Brussel en in het Pajottenland liggen. De leden van het CSA-netwerk vind je hier. Verder zijn er in het Pajottenland heel wat boeren die hun producten aanbieden in een hoevewinkel en/of automaten die al dan niet op de boerderij staan. Die korte-keten-boeren vind je terug via de website van Recht van bij de Boer. Naast groenten en fruit bieden velen van hen ook lokaal geproduceerde zuivelproducten aan (kaas, yoghurt, ijs, rijstpap,…), aardappelen, vlees of hoevebrood en -gebak.


Het Pajottenland telt ook meerdere (boeren)markten waar je rechtstreeks bij de boer kan kopen. Denk aan de boerenmarkten van Gaasbeek en Gooik maar ook op reguliere markten zijn sommige marktkramers lokale land- en tuinbouwers.


Zo zie je maar, er zijn nog altijd boerkozen in het Pajottenland. Ze zijn terug van nooit helemaal weggeweest.


12 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page